Zwarte rat of bruine rat?
-
De zwarte rat of scheepsrat is behalve aan zijn kleur te herkennen aan zijn slanke gestalte en spitse kop. Het is een uitstekende klimmer die niet graaft. Deze soort komt zelden buiten voor en voedt zich met name met granen.
-
De bruine rat of rioolrat is steviger gebouwd dan de zwarte rat en heeft een stompe kop, zichtbare oren en een lange vrijwel kale staart. Deze rat heeft een voorkeur voor een waterrijke omgeving. Het is een alleseter.
Slordigheid belangrijkste oorzaak
Eén van de belangrijkste redenen waarom ratten menigmaal in een manege voorkomen is de slordigheid van bezoekers en personeel. Menig bezoeker verliest tijdens het wekelijkse ritje op het favoriete paard een deel van ’n boterham, een stuk van een eierkoek, of een deel van zijn energiereep. Allemaal voer waar ratten dol op zijn. Maar ook de paardenbrokken liggen niet altijd opgeslagen in een goed afgesloten ruimte. Vooral in de winterperiode is er voor een rat geen gemakkelijker verblijfplaats te vinden dan een manege. Volop hooi en stro om een lekker nestje van te maken. Een keur aan lekkere brokken en als versnapering nu en dan een stuk chocola uit de rijbak.
Zachte winters dragen ook bij aan overlast van ratten
Omdat de winters tegenwoordig slechts zelden een stevige vorstperiode laten zien plant de rat zich heel goed voort. Elk volwassen wijfje zoogt jongen of is drachtig en dat 12 maanden per jaar! Een rattenkolonie is niets minder dan een uitstekend fokprogramma.
Bestrijding van ratten volgens plan
Het bestrijden van de ratten is nog niet zo eenvoudig. Het simpelweg neerzetten van vergiftigd lokaas zal niet zonder meer tot resultaten leiden. Eerst dient het aanbod aan paardenbrok, brood en koek e.d. te worden beperkt. Beperk U niet tot de ruimten waar de ratten worden waargenomen. Ook in aangrenzende ruimten dient geen voedselaanbod voor ratten meer te zijn. Discipline van bezoekers en personeel t.a.v. hun omgang met voedselresten is onontbeerlijk.
Dan het plan van aanpak om ratten te bestrijden:
- Zet het bestrijdingsmiddel in afgesloten voerdozen langs looproutes, bij holen en bij plaatsen met uitwerpselen. Doe dit zo nodig ook in aangrenzende ruimten.
- Houdt het bestrijdingsmiddel buiten bereik van kinderen, huisdieren en vogels.
- Zorg voor voldoende lokaas: 200 gram per lokaaspunt.
- Geef op een plattegrond van uw bedrijf aan waar het lokaas is geplaatst. Zet de datum erbij.
- Controleer het lokaas regelmatig. De eerste twee weken om de dag, daarna wekelijks.
- Vul het lokaas aan tot er niet meer van gegeten wordt.
- Vervang bevuild lokaas of een restje lokaas.
- Haal de voerdoos weg wanneer er langer dan een week niet van gegeten is.

