Wanneer we het in Nederland hebben over ratten in en om gebouwen, bedoelen we meestal de bruine rat (Rattus norvegicus). De bruine rat is afkomstig uit Azië en sinds de 18e eeuw aanwezig in Europa. U herkent dit dier aan de grijsbruine vacht die aan de buikzijde vaak wat lichter is. De staart is korter dan het lichaam (die van een zwarte rat is langer) en de snuit is min of meer stomp (zwarte rat spits). De bruine rat kan zich in het koude Europa beter aanpassen dan de zwarte rat en heeft deze vrijwel geheel verdrongen.
Doordat het in de natuur steeds warmer wordt zien we dat het verspreidingsgebied van de zwarte rat naar het noorden toe uitbreid. Het zal dan ook niet lang meer duren voordat deze rattensoort zich weer in Nederland laat zien.
Waar leven ratten?
Bruine ratten leven vooral op vochtige en donkere plaatsen zoals riolen, kelders en stallen. Het zijn cultuurvolgers en worden heel vaak aangetroffen in de nabijheid van de mens. Bruine ratten eten alles. Ze hebben een duidelijke voorkeur voor granen, maar eten ook vlees, etensresten en afval. Bruine ratten zijn heel schuw en zullen open ruimten in het licht (binnen en buiten) zoveel mogelijk mijden. Hun snijtanden blijven groeien en alleen daarom al moeten ze voortdurend knagen.
Hoe kunt u ratten opsporen?
Hebt u een rat gezien, dan kunt u er gif op innemen dat u te maken heeft met een plaag. Feitelijk bent u dan al te laat. De schade is vermoedelijk al groot en het enige wat u rest is een bestrijdingscampagne met rattengif. Het is daarom zaak om alert te blijven en ratten vroegtijdig op te sporen. Waaraan kun je de aanwezigheid van ratten herkennen:
• Voetsporen van ratten in opgedroogde modder
Voetsporen van een rat (ook wel rattenprenten genoemd) zijn heel kenmerkend. Je ziet ze het best in opgedroogde modder. De voorpoten hebben vier tenen; de achterpoten vijf. De tenen staan los van elkaar. De sporen zijn twee tot vijf centimeter groot.
• Paden van ratten herken je het best in hoog gras
Buiten verplaatsen ratten zich bij voorkeur door hoge vegetatie zodat niemand ze kan zien. Zij gebruiken vaste paden die in de loop van de tijd helemaal platgetrapt worden. Deze paden (wissels) zijn goed te herkennen.
• Holen van ratten moet je zoeken in de buurt van water
Zoek holen in de buurt van plekken waar een rat zich goed kan verstoppen. Dus onder gebouwen, bij hopen oud ijzer of onder stapels autobanden. Op een plaats waar zich een kolonie gezet heeft vind je veel holen met veel platgetreden paadjes die naar deze holen leiden.
• Knaagsporen van ratten zijn duidelijk herkenbaar
Ratten knagen aan van alles: verpakkingen, hout maar ook elektriciteitsdraden. Ze doen dit omdat ze op zoek zijn naar voedsel en omdat ze hun snijtanden moeten blijven bijslijpen. Verse en oude knaagsporen herken je gemakkelijk aan de verkleuring.
• De keutels van een rat zijn zo'n 15 mm lang
Aan de keutels van een rat kun je ook zien met welke rat je te maken hebt. De keutels van een bruine rat zijn 5 – 7 mm dik, de lengte varieert van 12 – 22 mm, ze zijn cilindervormig vaak aan een kant stomp en aan de andere kant puntig. Ze liggen in groepjes bij elkaar.
Vindt u verschillende groottes bij elkaar dan heeft u te maken met een kolonie en moet u snel actie ondernemen!
De keutels van een zwarte rat zijn kleiner: tot 12 mm lang. Zij liggen meer verspreid en zijn kenmerkend banaanvormig.
• Smeersporen die ratten achterlaten op een lichte ondergrond
Ratten hebben de neiging om met hun onderbuik in contact te blijven met de vaste ondergrond. Ze laten daarbij duidelijk herkenbare smeersporen achter. U vindt ze langs wanden en bijvoorbeeld op de zijkant van trappen

